Skiff-Impressie Ringvaart Regatta woensdag 12 mei

Geplaatst op 16-05-2010

Een grote attractie van deelname per skiff aan de Ringvaart Regatta vind ik het om een dag lang helemaal op te gaan in het roeien en om in die tijdrace over 100 km (en deze keer voor mij in 11 uur, 13 minuten) van het roeien vrijwel uitsluitend afgeleid te worden door de schilderachtige combinatie van Hollands polderlandschap, vergezichten over het water en indrukwekkende wolkenpartijen. Vooral op zo'n zwaarbewolkte dag als gisteren. Alleen maar sport, water, natuurschoon en sympathieke jeugdige studenten, behulpzaam op de stopplaatsen. Daarbij zinkt voor mij het dagelijkse leven al die uren totaal in het niet en is het één en al afstand daarvan nemen en genieten van een intens gevoel van vrijheid.

Je wordt in de Ringvaart Regatta helemaal in het roeien meegezogen, alleen al als je al om kwart over vier je lekker warme bed bent uitgeworsteld. En dan van de wedstrijdorganisatie prompt vanaf tien over zeven in de snerpend gure kou, moeizaam dobberend bij de starttoren midden op de Kagerplas, de opstekende N-wind moet trotseren en moet liggen wachten tot tien over half acht. Maar dan wordt dan ook het verlossende vertreksein gegeven en kun je heerlijk opgelucht aan het avontuur beginnen en enthousiast de krachten van jezelf en je boot gaan beproeven. Jawel, na enkele minuten bleek echter al dat mijn wedstrijdskiff, de Morssingel, toch echt niet gebouwd is op de golven, die door de wind van ver over de watervlakte werden aangeblazen. Mijn benen werden tot en met mijn onderbroek toe door de golven overspoeld en door en door nat. En ook op mijn rug pakte ik de nodige kletsen. Ik merkte toen wel dat je dan vanzelf extra krachtig "op de benen" gaat!
En toen ik eenmaal even in een rustige zijarm het meeste water uit mijn kuip kon hozen en bovendien bij aankomst op de Ringvaart ook nog eens Eric ter Mors, mijn onvolprezen walbegeleider, met zijn vouwfiets klaar stond voor de eerstkomende 60 km, was ik er meteen weer helemaal klaar voor.

Om te beginnen klaar voor het onvermijdelijke waagstuk om na enkele halen "strong" languit liggend op mijn smalle skiff onder de 70 cm lage Weteringbrug door te glijden. Als jongetje wilde ik al bij het circus! Daarna ga ik er echt eens goed voor zitten om me - met de wind tegen - weer warm en droog te roeien. Ik heb nog nooit zoveel kledinglaagjes over elkaar aangehad in de skiff maar tegen zoveel overkomend koud water is geen roeikleding bestand. Het is dan heel prettig om de daarop volgende tientallen kilometers te merken dat de natte kleren en ijskoude natte voeten dank zij veel noeste training geen belemmering zijn voor een gestaag tempo 25 en hartslag 139. Altijd weer de verbazing welke ongemakken je lichaam dan met gemak verdraagt. Mits ook heel secuur elk half uur een slokje Dextran-energy en elk heel uur een banaan, muesli-repen of krentenbollen. Zo'n lange afstand vind ik vooral een sportief energie- en mentaal vraagstuk.Tegenwind vergemakkelijkt het gestaag roeien trouwens altijd aanzienlijk. Alleen word ik nu door die zelfde wind tevens op gezette tijden door de golven getrakteerd op flinke natte kletsen in mijn rug en op water over de lage boorden in mijn boot, zodat even stoppen voor een droog hemd of droge sokken geen enkele zin heeft. Gekke gewaarwording hoe je zo dan toch hoofdzakelijk aan je roeibeweging denkt en de uren en de afgelegde afstand zich toch snel aan elkaar rijgen; de Westeinder plassen, Aalsmeer, Schiphol, het Amsterdamse Bos en Zwanenburg, mijn eerst stopplaats. Even hardlopen op de plaats helpt er goed tegen de stijve benen.

Voorbij Zwanenburg ben ik al over de helft heen. Ik heb dan de afnemende N-wind met ongeveer 3 Bft goed mee, maar toch begin ik de vermoeidheid in dijspieren en onderrug al goed te voelen: ik ben intussen afgezakt naar tempo 22 en hartslag gemiddeld 125. Hillegom, Bennekom en mijn tweede stop in Lisserbroek; ik zoek steeds vaker de bordjes aan de wal, die elke honderd meter aangeven hoe ver het nog naar de Kagerplassen is. Daar eenmaal aangekomen neem ik afscheid van Eric en ben ik weer op bekend terrein. Onvermijdelijk buiswater hindert dan niet zo erg meer, zeker niet als ik vanaf de Zijldijk de hulp van Pieter Lingen krijg, mijn tweede voortreffelijke walfietser. Zonder attente walbegeleiders als Pieter en Eric, voor een veilige en efficiënte koers en voor onmisbare hulp bij het in- en uitstappen aan ongeschikte walkanten, zou ik de Ringvaart Regatta beslist niet in een skiff kunnen varen.

Na het passeren van de roeivereniging en het hartelijk applaus van een aantal Rijnlandleden daar ben ik echter overmoedig geworden en heb ik een domme fout gemaakt. Met stopplaats Leidschendam over goed vijf kilometer in zicht dreig ik ingehaald te worden door twee andere skiffeurs. Volstrekt in tegenstelling tot al mijn goede voornemens voor mijn tactiek versnel ik drastisch. Zoiets als de "escalation of commitment" van schaatsers in de Elfstedentocht of wandelaars in de Vierdaagse, helemaal in de roes van de uithoudingsproef. Na al mijn voorafgaande inspanning is het logisch dat ik mijn concurrenten toch na enkele kilometers moet laten passeren en ik ontdek dan pas dat armen en benen uiterst pijnlijk verzuurd zijn. Ik heb het er zelf naar gemaakt dat ik tot Leidschendam alleen nog maar met een veredeld "light peddle" verder kan. Waar mijn lieve Didi me een beetje ongerust ook komt aanmoedigen

Kortom, mijn persoonlijke impressie van de avontuurlijke overtocht over de Kaag vanaf de start, dan de eerste helft van de Ringvaart in een lekker gangetje, de tweede helft met het aftellen van de kilometers en tenslotte een vrij rustige maar natte en koude finale; mijn persoonlijke impressie daarvan is dat in elke etappe het roeien je gedachten en de langzaam toenemende ongemakken overheerst. Neemt niet weg dat - (hoewel na aankomst om half zes in mijn derde stopplaats, Leidschendam, een goede rugmassage en een droog hemd een ware weldaad zijn) - ik de laatste 12 km alleen nog maar zo goed mogelijk op mijn roeitechniek kan letten en nog eens even stevig doorroeien voor de laatste loodjes er niet meer bij is. In Delft stap ik moeizaam en met wankelende zeebenen aan wal en ga ik natuurlijk allereerst vol trots mijn herinneringsmedaille afhalen. Het is leuk om in de feestdrukte aan de steigers de mannen van de Zamip op te wachten, die met de Nieuwland in de dubbelacht en met de Roomburg in de dubbeltwee de 100 km vrijwel zonder echte wedstrijdtraining vooraf maar onvervaard met hun grote doorzettingsvermogen hebben bedwongen. Ik zelf ben dan in mijn klamme roeikleding zo vernikkeld dat ik, rillend en huiverend van kou en vermoeidheid, alleen nog maar kan genieten van de feestelijke bedrijvigheid van de menigte opgewekte jeugdige studenten om ons heen, die bij de dit keer voortreffelijke organisatie van het grootschalige roeievenement betrokken zijn of komen feesten of allebei. En ben ik enorm dankbaar dat de mannen van de Zamip zich over mijn skiff en het laden van de botenwagen ontfermen en zorgen dat ik snel naar de open haard en mijn warmste schapenwollen vest thuis kan. Morgen alles weer gewoon en volgend jaar....zie ik dan wel weer!

Met roeiersgroeten,
Ad Peeters