Daarheen en weer terug! .
Grijze wolkenflarden trekken langs de hemel als de ZAMIP dubbel acht weggedoken in de beschutting van een klein slootje de start van de Ringvaart Regatta ligt af te wachten. Het ideaal om deze 100 kilometer in een dubbel acht te varen is werkelijkheid geworden en omdat er meer geroepenen dan uitverkorenen waren is de selectie gebaseerd op anciënniteit en telt de ploeg maar liefst vier zeventig-plussers: Jan Uijlenbroek, Nico van Ravensteyn, Ben van Vliet, Dirk-jan van Klink, Robin den Hamer, Gerbrand Moeyes, Ruud Raap, Job Dresden en Joost Paijmans zijn er klaar voor. De broekjes Jan Doffegnies, Rien van Os en Adriaan ten Bruggencate zijn uitgeselecteerd en roeien in de Roomburg en Ad Peeters gaf de voorkeur aan de skiff.
De Nieuwland als dubbel-acht is voorzien van plastic stormboorden en oogt als de “Karel Doorman” met zijn twee vliegdekken aan weerszijden. Om 10.10 uur in de ochtend maakt het gevaarte zich los uit het lover en de luwte en voegt zich tussen een dozijn achten die als laatsten van de 120 deelnemers de tocht zal beginnen. Met de regen valt het mee, maar op de wijdte van de plas staat een strakke wind uit het noorden van 4 soms 5 Bf.
Als het startschot valt een aantal zaken op. 1. De stormboorden doen hun werk en iedere golf wordt gesmoord. 2. De stuurlieden die het commando hebben over de vloot zijn te vaak niet ervaren en kiezen een onverwachte, niet de beste koers en zigzaggen als dronken over de Kaag. 3. Het ergste van alles is een motorboot die persé foto’s wil nemen van een Laga-dubbel vier en perst zich naar voren tussen alle boten door en maakt hoge golven, precies evenwijdig aan de vaarrichting van de net gestarte boten. Hier helpen geen stormboorden en bijna alle achten maken water en de bemanning is veroordeeld om de tocht uit te roeien met natte voeten en vaak ook een nat zitvlak. De gemotoriseerde fotografen bemerken hun vergissing te laat en maken zich beschaamd uit de voeten. De voorzitter van de RV Rijnland zal schriftelijk zijn beklag doen bij de DSRV Laga.
Ondanks deze domper weet de Zamip als vierde ploeg de Kaag te verlaten en dwingt bewondering af dat zij als enige de juiste koers kiest. Alle boten voor haar varen er maar op los en bekopen dit door honderden meters extra te maken. De Ringvaart, waar je maar één kant op kunt, brengt verlossing. Ook voor de Zamip, die eerst gaat hozen om het overtollige water te lozen. Het strijdplan is eenvoudig. Er wordt drie keer van stuurman gewisseld (er zijn maar vier roeiers die het brevet “Sturen Acht” hebben). Joost stuurt als eerste en tot Zwanenburg; daarna Nico tot Leidschendam en Ruud als laatste tot Delft. Verder wordt er ieder uur wat gegeten en gedronken en voor die het nog niet wist: hoosblikken fungeren als urinoirs.
De tocht is eerst saai maar gaandeweg ga je steeds meer ploegen inhalen. Wat te denken van een boord C-twee met stuurman, die tergend langzaam gaat en waarvan de boeg maar wat doet. Van gelijkheid is geen sprake. Later passeren we skiffs, tweeën, vieren en achten en zonder problemen komen we bij Zwanenburg waar onze twee goede Feeën: Addy van Ravesteyn en Els van de Horst ons met hartelijke woorden, krentenbollen en hete soep opwachten. De temperatuur is inmiddels tot ruim zes graden gestegen en bij het uitstappen is geen sprake van een stel ballerina’s. Stuurman Joost, tot zijn middel nat, kan eerst allen maar met gebogen knieën lopen of beter waggelen. Het kunnen strekken van de benen, even lopen en het aantrekken van droge sokken doen geen wonderen, maar het helpt wel. Dank jullie wel Addy en Els. Jullie hebben die wonderen wel verricht!
Met Nico aan het roer gaan we voor de wind weer richting De Kaag. In de buurt van Haarlem en het Spaarne krijgen we bezoek van Mieke en Marjolein van “Het Spaarne”. Zij hadden ons een paar weken geleden op Het Spaarne ontvangen met gebakken eieren, spek, brood en wat al niet toen we de oefentocht naar Haarlem maakten. Loftuitingen, de beste wensen en een aantal mooie foto’s zijn ons deel als we richting Lisserbroek opstomen. Voor de ogen van Nico voltrekt zich een ramp. De dames clubacht van Gyas wordt overvaren door een groot beroepschip en de dure Empacher gaat in tweeën. Even later zien we de bemanning kletsnat, maar ongedeerd de kant opklimmen. De schrik is groot en de boot zonder meer “total loss”! Het is niet alleen van belang dat voor deze tocht door de roeiers goed getraind wordt, maar vooral dat er ervaren stuurlieden aan het roer zitten. Wat we onderweg meegemaakt hebben op dit gebied tart alle beschrijvingen.
We passeren Lisserbroek zonder te stoppen en draaien rond een uur of half vijf De Kaag op. Van ruw water en golven is geen sprake meer. Op de Leede bij Warmond krijgen we te maken met weer een (klein) drama. De boeg verliest door kramp in zijn hand zijn stuurboord riem en voordat hij hem weer te pakken heeft is de rigger verbogen wat verder roeien onmogelijk maakt. Goede raad is duur en met zeven roeiers en de boeg goed toegedekt roeien we door tot de RV Rijnland waar de schade provisorisch hersteld wordt. Heel veel dank aan Henny van de Laan voor de technische ondersteuning en de begeleiding en ook voor alle andere supporters die ons gesteund hebben. Op de vereniging kan een aantal onzer wat droogs aantrekken en zich wat verzorgen. Ook de handen van een aantal van ons. Met die koude en nattigheid treedt extra blaarvorming op en soms was dat niet om aan te zien.
Met de support aan de kant, de droge kleren en de extra verzorging gaat het tot Leidschendam weer voorspoedig. Daar wordt de boot voor je uit het water gehaald en zijn er kroegen waar men hete thee serveert en waar de kachel brandt. Het vooruitzicht van de laatste 12 kilometer entameert niet, maar vooruit. De boot wordt van de stelling gehaald en ondanks de ‘bottleneck’ van maar één vlonder en 120 deelnemende ploegen wordt het schip relatief vlot in het water gelegd. Weer alle dank aan Els die ons assisteerde en soms wel voor een paar man tegelijk moest tillen. Deze laatste kilometers worden zwijgend afgelegd. Het is de laatste etappe, we hebben nog steeds wind mee en door de ‘bottleneck’ varen we vrijwel alleen. Nabij Delft komen we ploegen tegen die al zijn gefinisht en terug roeien naar De Laak, waaronder de andere ‘dubbel acht’. De laatste meters is nog sprake van een echte wedstrijd om dat we samen met een boord-acht finishen. Met een halve lengte winnen we en dan klinkt de bevrijdende toeter en laten we lopen. Aan het vlot reiken Jan, Rien en Adriaan ons de helpende hand. Zij zijn een half uur eerder aangekomen en hadden naar hun zeggen geen problemen. Ook Ad staat er te glunderen. Niet omdat de doorstane ellende ten eidne is, maar vanwege het gevecht met de elementen en de vermoeidheid en omdat hij als winnaar uit die strijd is gekomen. Marijke Mooijman heeft samen met een aantal De Laak-roeiers de tocht supersnel afgelegd. Hulde! Wat rest ons nog te vertellen? Dat we in rangorde de 19e tijd (9 uur 7 minuten) hebben neergezet en dát met ons oponthoud en dat we niet de jongste ploeg waren? Dat we uitkeken naar een warm bad en comfort? Of keken we alweer uit naar de volgende Ringvaart Regatta omdat we het niet kunnen laten? We zullen zien.
Joost Paijmans.
