Als het goed is komt er nog meer nieuws over de geslaagde meerdaagse zwerftocht vanuit Kaasboerderij de Willigen in Vreeland aan de Vecht. Aan mij de eer verslag te doen van de 42 km lange ronde die zaterdag 1 mei op het programma stond. Verrassend genoeg bleek er bij de deelnemers veel animo om deze uitdaging aan te gaan. Alle vieren tekenden zich in en bij het captainsoverleg werd men uitgebreid ‘gebriefd’ over het spannendste deel van de tocht: het tweemaal oversteken van het druk bevaren Amsterdam-Rijnkanaal.
Het enthousiasme van de inschrijfavond werd de volgende dag enigszins getemperd door het hemelwater dat wederom met bakken naar beneden kwam. Ik dacht dat mijn roei-uitrusting redelijk compleet was, maar weet nu dat ik nog een zuidwester en kaplaarsjes moet aanschaffen.
Terwijl onze boten zich langzaam maar zeker met water vulden, duurde het even voor de eerste ‘die-hards’ uitzetten. Er was een noodscenario bedacht zodat men bij aanhoudende plensbuien de tocht kon inkorten en voor een heen-en-weertje Breukelen kon kiezen.
Onze boot vertrok als derde en met o.a. drie wedstrijdroeiers aan boord zat het tempo er aardig in. Omdat elk nadeel zijn voordeel heb, genoten wij van het dankzij de regen spiegelgladde en uitgestorven water. Idyllisch druipende stadjes als Vreeland en Nieuwersluis lieten zich van hun oerhollandse vochtige kant zien. Het lentegroen was overweldigend, de Vechtse herenhuizen lagen er prachtig bij maar boden helaas weinig aanlegmogelijkheden voor een stuurwissel.
In Nieuwersluis – met die mooie oude gevangenis uit de tijd van Willem III – werd het droog en troffen we voorbereidingen voor de oversteek van het kanaal. Boeg en stuur trokken veiligheidshesjes aan en in de sluiskom probeerden we met de andere C-vieren een gezamenlijke start te maken. De voorbijrazende schepen (veel sneller varend dan de beroepsvaart op de Vliet) maakten van die kom een geweldige klotsbak waar je ternauwernood uit de kant kon blijven. Het werd niettemin een veilige, maar erg woelige passage en het contrast met het smalle riviertje de Gein waarop de route vervolgd werd kon niet groter zijn. Ook hier fraaie dorpjes zoals Baambrugge en Abcoude. Prima plek voor een lunch en een praatje met de bewoners (“komt u helemaal uit Voorschoten roeien?”).
Bij Weesp werd het kanaal nogmaals in omgekeerde richting gekruist en konden wij het van de dag ervoor bekende parcours via de roeivereniging Weesp en het pontje van Nigtevecht (Midzomervechtrace!) vervolgen.
Ervaren marathonroeiers zijn we niet, dus de laatste kilometers was de pit er een beetje uit. Het leed was echter snel geleden toen wij als eersten binnenliepen (noblesse oblige!) en met een lekkkere neut door Ben werden verwelkomd. Ook de rest van de vloot arriveerde vlot. Allen even moe en voldaan.
Dus 42 km? Een makkie voor (bijna) iedereen!
Liesbeth van Beemen
