Verslag Meerdaagse zwerftocht 3-6 mei

Geplaatst op 28-05-2010

Een foto-impressie van de zwerftocht  is te zien op http://picasaweb.google.nl/simdorn/MeerdaagseVecht36Mei?feat=email#

Dag 1

Wat paniekerig mail ik Maria Post. Wie te benaderen om mee te rijden, een hachelijke onderneming bij een eerste tocht waar ik vrijwel niemand ken. Om maar te zwijgen van de angsten voor de nog onbekende kamergenote, die ongetwijfeld snurkt en nóg humeuriger is dan ik zelf ben. Maria mailt vrolijk terug: joh, doe maar wat.
Ofzo.
Ik mail Fransje, de enige van de lijst die ik een beetje ken. En zo stap ik op maandagavond samen met haar in de auto van Jacobien, uitgelachen door zoonlief (10) die zich afvraagt of ik een anker meezeul in die loodzware koffer. Een anker, ja graag, eentje die me zou vasthouden als ik wegdreef op de Vecht.
Soepeltjes omzeilt Jacobien de wegwerker die exact om 20.01 uur de N201 afzet. In de verte staan grommende asfalteringsmachines met zwaailichten. Maar daarna rijden we een idyllisch landschap in, met ooievaars op échte bomen (niet van die nepnesten) en talloze woonboten. De enige stoorzender is Jacobiens nieuwe TomTom, die als een echte vent het beter weet en telkens roept: keer om! keer om! Terwijl we toch heus op de goede weg zitten.
Tot onze verrassing blijken we bij aankomst met z’n drieën ingedeeld in de bruidssuite met jacuzzi. Marianne Senf is helderziend. Afzien hoor, zo’n tocht. Later komen de sterke verhalen van de eerste week, waar iedereen in de stromende regen toch bleef lachen (beweren ze), en men twee keer het Amsterdam-Rijnkanaal overstak (beweren ze).
Het is ’s nachts zo koud dat de kampeerders hun heil in de woonkamer zoeken.
Maar in de ochtend schijnt de zon tussen de bloesembomen van De Willigen. Ik word ingedeeld in een wherry met m’n kamergenoten en Ineke. De oudste van onze ploeg is ‘sixty-something’ en daarmee vormen we de jonkies van deze week. We roeien de Vecht op en neer en kraken bij Nieuwersluis het grasveldje van een leegstaande villa. Daar liggen we een uur in de zon. Totále ontspanning daalt op ons neer, tot de Voorschoten voorbij vaart die het nodig vindt ons te waarschuwen dat we ook nog terug moeten. Zo staan we om half vier weer op het vlot.
En inderdaad, ze snurkten allebei, mijn kamergenoten, soms synchroon, meestal a-synchroon, maar wat was het gezellig met ze deze week. En ik had oordopjes.

Dag 2

Maria Post (forty-something) gaat naar het hoge Noorden voor een feestje, en daarmee word ik automatisch de ‘groepsbaby’ van de meerdaagse. Wat toch bijzonder is als je ‘fifty-anything’ bent. Want het tweede deel van deze tocht is voor de ‘oudjes’, waar ik mij persoonlijk zeer prettig tussen voel. Maar dit was m’n eerste lange tocht, en ja, ik heb weinig ervaring. En dat zou ik weten ook.
Mijn pet waaide in het water, dat kan gebeuren. Bij het opvissen dreef mijn mobiele telefoon (in waterdicht zakje) ook weg. De hele week was ik lastig gevallen door de leverancier van een nieuwe droger, die zelfs belde toen ik tussen de bosjes plaste.
Kan gebeuren. Wat wél typerend was, dat ik het bij de volgende tussenstop allemaal terughoorde, dat ‘iemand’ z’n telefoon nota bene… etc. etc. Marianne wees me later fijntjes op de kinderstoel in het pannenkoekenrestaurant. Gelaten liet ik dit ontgroeningsritueel over me heenkomen. Inmiddels ben ik gewend dat in elke boot een ‘instructeur’ zit, die z’n hoogstpersoonlijke opvattingen heeft over de roeitechniek: ‘Hóóg terughalen, naar je borst!’ Ik stap in de volgende boot en hoor: ‘láág die armen, naar de navel!’ De één laat me bij wijze van spreke het A’dam-Rijnkanaal oversteken, bij de ander mag ik nog niet eens wíjzen naar de touwtjes.
Het maakt niet uit, ik zit en kijk en fotografeer. De Driesluizentocht rond de Loosdrechtse plassen is het hoogtepunt van deze week. Ik geniet van de wind over het water en het geklots tegen de boeg. De sluisjes, het geklets, de stiltes en de prille blaadjes aan de bomen. Zolang ik op boeg zit, gaat alles prima, want dan word ik niet gemangeld tussen 50 jaar roei-ervaring en dito opvattingen.
Nu skiff ik ook, dus een wherry kom op mij een beetje over als een mammoettanker. Nieuwsgierig informeer ik of je wel ’s kan omslaan met zo’n boot. Nou, nuh, dat kwam eigenlijk niet voor, nooit meegemaakt, en toch wel half Europa afgeroeid.
Gelukkig volgde de laatste dag nog een speciale demonstratie. Het blijkt dat als je écht met je volle gewicht op het boord van een wherry gaat staan, zo’n boot beslist volloopt. Tientallen armen grijpen de ongelukkige, en trekken haar op de kant. Pal voor mij zakt ‘de boeg’ statig in slow motion in het water. Ik pak haar onder de armen en hou haar tussen wal en schip. Reikende handen helpen haar eruit. Nu kan ik wel door naar het kleuterklasje, hoop ik.

Dag 3

De avond tevoor schoof iemand wat verlegen in mijn zichtveld. Of ik niet het zusje was van…? Tot mijn stomme verbazing maak ik kennis met de mahjongmaatjes van mijn grote broer. It’s a small world. Dat is wel het leuke van zo’n week, je kletst en hoort nog ’s wat. Vrolijke Fransje leest Primo Levi. Iemand anders vertelt een ontroerend levensverhaal. Een derde verhaalt over hectaren land die al eeuwen familiebezit zijn, en nu onteigend dreigen te worden. De moderne tijd. Ik word omarmd door mijn aangeschoten kamergenotes die ik grootmoedig vergeef dat ze rondbazuinen dat ik ‘uren mijn ogen opmaak’. Wat écht niét waar is! Bij deze.
De laatste ochtend roeien we in een vier, eindelijk word ik serieus genomen door de organisatie. We vragen Toon om ons ploegje te sturen, en ik negeer pijnlijke knie, schouder, pols en bloedblaren op mijn handen. De laatste uren wil ik gáán! We varen naar het noorden, genieten van bootjes, villa’s en weidse uitzichten. Een ooievaar vliegt over. We leggen aan. Afriggeren. Boten op de wagen. In doodse stilte onze bagage pakken. Weemoederig rijden we terug naar de beschaving, waar we als vanouds uren in de file staan.

Marina van den Berg